TU Delft brengt nano van lab naar app

1 december 2017 

Half oktober tekenden Krohne Altometer en Nexperia een samenwerkingscontract met de TU Delft. Daarmee is het Nano Engineering Research Initiative (Neri) van de universiteit officieel van start gegaan.

‘Het nano-onderzoek in Delft en in Nederland is van wereldniveau, maar de vertaling naar de industrie laat nog te wensen over.’ Dat stelt Marcel Tichem, universitair hoofddocent aan de TU Delft. ‘De reden daarvoor is dat het vakgebied volop in beweging is, met nog veel fundamentele vragen. En het ontbreekt aan ontwerpkennis en maaktechnieken om de beloftes van de nanotechnologie om te zetten in producten.’ Om de valorisatie te versnellen, ondernam de Delftse universiteit actie.

Vanuit de afdeling Precision and Microsystems Engineering (PME) startten de Delftse wetenschappers met het Nano Engineering Research Initiative (Neri). Programmaleider Tichem: ‘Ons doel is om de nanotechnologie uit het lab naar de industrie te brengen. We hebben ons onderzoek in kernwoorden samengevat en zijn daarmee naar de markt gegaan. In een matchmakingsbrainstorm stelden we bedrijven de vraag waar hun interesses lagen en zochten we naar de goede link.’

Het Nano Engineering Research Initiative brengt meerdere bedrijven samen die raakvlakken zien in hun langetermijnresearch.

PME-afdelingsvoorzitter Just Herder vult aan: ‘Uiteraard werken we al langer samen met het bedrijfsleven en hebben we veel contacten in de industrie. Het ging echter altijd per project, terwijl een duurzame langetermijnrelatie veel meer oplevert. Op onze afdeling zijn heel wat kennisgebieden vertegenwoordigd – van micro-engineering en nanostructuren tot computational design en precisiemechatronica. Vraagstukken die we vanuit de industrie krijgen aangereikt, zijn meestal multidisciplinair en hebben veel facetten; iedere PME-onderzoeker kan er door zijn eigen bril naar kijken. Dat levert spannend onderzoek op.’

Het Neri-initiatief doet denken aan het Impuls-project van de TU Eindhoven, waarin academici ook de samenwerking zoeken met de industrie. Bedrijven financieren daar een onderzoekplaats en de TUE zet er dan een tweede promovendus naast. Twee voor de prijs van een. In Delft kiezen ze een ander pad. Herder: ‘Wij brengen meerdere bedrijven samen die raakvlakken zien in hun langetermijnresearch. De onderzoekers werken vervolgens samen aan technologie die voor alle deelnemende partijen interessant is. We beginnen dus met de inhoud en de overlap en starten daarna het project. Financiering kan op verschillende manieren: direct door de deelnemende bedrijven, maar ook via subsidies.’

Functionele materiaalstructuren

Met Neri snijdt het mes aan twee kanten. De PME-afdeling kan zijn nanokennis niet alleen makkelijker en sneller valoriseren, het initiatief geeft ook richting aan de Delftse onderzoeksstrategie. ‘Wij als wetenschappers denken vaak dat we alle grote problemen kunnen oplossen, maar dat is natuurlijk niet helemaal waar’, weet Tichem. ‘We hebben een koers nodig. Uiteraard hebben we onze eigen onderzoeksagenda, maar daarvoor ontvangen we ook graag input van partners die ook op lange termijn met ons willen samenwerken. Dat kunnen bedrijven zijn – oem’s of technology providers - maar ook andere onderzoeksinstellingen.’ Zo is er in het kader van Neri een project gestart in samenwerking met de technische universiteit van Trondheim en het Noorse bedrijf Conpart.

In oktober kon Neri het eerste tastbare resultaat van het initiatief laten zien. Krohne Altometer, Nexperia en PME hebben elkaar gevonden op het terrein van functionele materiaalstructuren voor slimme sensortoepassingen. ‘Functionele materiaalstructuren zijn materialen met een patroon erop waardoor ze zeer speciale - soms vreemde - eigenschappen hebben’, legt Tichem uit. ‘Je kunt ze actief maken zodat het sensoren of actuatoren worden. Als je met bedrijven praat over de mogelijkheden, zien ze de link naar hun eigen wereld, in microscopie, in zeer precieze handling, in krachtsensoren, in vibratie-isolatieplatforms. Allemaal terreinen waar de kennis die we ontwikkelen, kan worden toegepast.’

Naast dit eerste Neri-duo lopen er verschillende andere gesprekken. Namen wil Tichem nog niet geven, wel thema’s. ‘We denken aan projecten rond onder meer slimme, compacte en precieze actuatoren met functionele materiaalstructuren, smart polymer microfluidics en 3d metrologie met atoomkrachtmicroscopen.’

Herder: ‘We hebben ons geen doel gesteld over hoeveel Neri-projecten we uiteindelijk willen hebben draaien. Bedenk dat we hier op de afdeling ongeveer twintig vaste medewerkers hebben. Als die allemaal een handvol PhD’ers onder hun hoede hebben, geeft dat een idee over de richting waarin we denken. Daarnaast moet Neri uitgroeien tot een internationaal ecosysteem van universiteiten, kennisinstellingen en bedrijven. Nano is klein, maar de uitdagingen en ambities zijn groot.’

Wilt u het volledige artikel lezen?

Techwatch

Techwatch | bv | Novio Tech Campus | Transistorweg 7-H | 6534 AT Nijmegen
T. +31 (0)24 - 350 3532 | info@techwatch.nl

Copyright ©  2018 Mechatronica&Machinebouw - All Rights Reserved

×